Algemeen

Waarom zitten we zo graag in een hokje?

By 23 oktober 2019 No Comments

DISC, MBTI, Profile Dynamics, Belbin, jullie kennen ze wel. Je vult een vragenlijst in en voilà, je weet hoe jij en de leden van je team in elkaar zitten. De trainer of coach nuanceert dat altijd hoor, maar wat er blijft hangen is de stereotypering. Jouw persoonlijkheid in een hokje. Ik ben blauw, een ISFP, turkoois of een bedrijfsman, zeggen we dan.  Op LinkedIn zwelt de kritiek op dit soort persoonlijkheidstyperingen aan. De uitkomsten zijn namelijk niet, of mager, onderbouwd door onderzoek. 

Zelf heb ik jarenlang met de MBTI gewerkt. En ja, ik wist heus wel dat er weinig harde onderbouwing bestaat voor de zestien persoonlijkheidstypen, maar het werkte zo fijn als gespreksonderwerp en mijn klanten waren er vaak blij mee. In de loop der jaren groeide mijn twijfel, want hoe leuk het ook is om die uitkomsten te bespreken, wat deden we er eigenlijk mee? Het kan zelfinzicht geven, maar wat als dát zelfinzicht weinig basis heeft? Gaat het niet eigenlijk om het gesprek erover?

En als dat zo is, kunnen we die vragenlijst dan niet overslaan?

Dat er zóveel van dit soort instrumenten zijn en dat ze zó massaal worden ingezet, roept vragen op. Waar zijn we eigenlijk naar op zoek? Wie heeft er wat aan? Waarom werken we zo graag met hokjes? 

Ik denk dat daar meerdere redenen voor zijn. 

Ten eerste is overzicht en eenvoud prettig. Een opgeruimd bureau, een lege mailbox en duidelijkheid over wat er van je verwacht wordt, geven je het gevoel de boel onder controle te hebben. De uitkomst van zo’n persoonlijkheidstest is een soort opgeruimd bureau. Je weet nu wat je over jezelf kunt zeggen. De rafelrandjes en onduidelijkheden kun je achterwege laten. 

Je bent overzichtelijk samengevat. 

Ten tweede is het fijn om je collega’s te kunnen labelen. ‘Jij bent rood en daardoor kunnen we niet altijd door een deur’ klinkt fijner dan te moeten zeggen ‘Dram niet zo’. 

Ten derde zijn er heel veel coaches en trainers die niet echt een eigen gedachtegoed hebben. Ze laten zich scholen in het werk van een ander, willen er mensen mee helpen, liften mee op de populariteit ervan en komen op die manier prima aan de kost.

Ten slotte is er de bron van zo’n test. Iemand die zijn of haar, ongetwijfeld uitgebreide, kennis van het thema ‘persoonlijkheid’ heeft verpakt in een instructieve samenvatting en daarna met behulp van een marketingstrateeg ontdekt wat dat op kan leveren. 

Gaat het dan allemaal om geld? Welnee, zo cynisch ben ik niet. 

We hebben nu eenmaal de behoefte om vat te krijgen op een complexe werkelijkheid, we willen graag anderen helpen, we zijn niet allemaal originele denkers en we willen onze inzichten graag delen. 

Wel denk ik dat het net zo leuk -en veel interessanter- is om een echt gesprek aan te gaan. Gewoon vanuit interesse in de andersheid van de ander. Vanuit de wetenschap dat samenwerken nu eenmaal lastig is en vanuit de zekerheid dat het leven grillig is. 

Daar helpt geen hokje aan. 

Heidi Jansen